Publicaties

Van Karins hand zijn twee genealogische publicaties:

De Kwartieren van Charles Louis Klein

Schermafbeelding 2019-03-18 om 08.57.06

Karin Riper-de Wit (2015)
Paperback, 223 pagina’s
ISBN 9781326278670

Bij haar onderzoek naar het voorgeslacht van haar oom Boy (Charles Louis) Klein uit Nederlands-Indië kwam de schrijfster interessante namen tegen en maakte zij dierbare vrienden in de verenigde Staten. Een en ander leidde tot een emotionele familie-reünie in 2013 en uiteindelijk tot de publicatie van dit boek, waarmee zij haar oom Boy zo graag had willen verrassen. Helaas heeft het niet zo mogen zijn, dat zij het resultaat van haar werk persoonlijk aan haar oom kon uitreiken: na een langdurige ziekte kwam zij te overlijden nog voordat het boek helemaal af was. Vlak voor haar overlijden heeft haar echrgenoot haar beloofd het werk af te ronden en ervoor te zorgen dat het boek gepubliceerd zou worden. Na “Kwartierstaat Van Waeterschoodt, een Indische familie uit Vlaanderen” uit 2008 is dit het tweede en dus helaas laatste werk van de hand van Karin Riper-de Wit.

Kwartierstaat Van Waeterschoodt,
een Indische familie uit Vlaanderen

18q52mn-front-shortedge-384

Karin Riper-de Wit (2008)
Paperback, 386 pagina’s

Jean Baptiste, geboren te Antwerpen in 1832, is de stamvader van de Indische tak van de familie Van Waeterschoodt. In de jaren ’50 van de twintigste eeuw kwam het grootste deel van de familie, vanwege de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië, naar Nederland. Over hen en hun voorgeslacht gaat deze rijkelijk geïllustreerde publicatie.

 

John schreef:

Wat ik me zoal herinner

e4rnkn-front-shortedge-384

John Riper – Wat ik me zoal herinner

John Riper (2020)
Paperback, 330 pagina’s
ISBN 9781716943058

“Seneca zei tweeduizend jaar geleden: “Alles wat in ons leven reeds voorbij is, hoort toe aan de dood.” Een intrigerend citaat. Maar al die dingen leven nog wel in je geheugen. Wat gebeurt daarmee als je er niet meer bent? Al je kennis, geheimen, herinneringen, zorgen, noem maar op? Neem je ze ergens mee naartoe, naar ergens daarboven of zo? Of is alles wat je in je leven hebt opgeslagen in die grijze massa in een klap helemaal foetsie, voorgoed weg? Ik veronderstel het laatste. Ik wil graag dat er iets van bewaard blijft, dat er iets van me over blijft straks; wie schrijft die blijft immers! Een prettig idee: iets in andermans boekenkast dat aan mij herinnert…”